zaterdag 29 maart 2014

7u51 - de weg


Eén dag ben ik ziek geweest... één dag!
En naast het station van Mechelen ligt ineens een groot - was het maar - zwembad, is er een nieuwe werfbrug aangelegd en is ... ah nee, dat was er al... Misschien heb ik een paar maanden niet opgelet.
Kan ook.

We treinen verder langs de oudste spoorlijn van België. Langs de prototypes Vlaamse ruimtelijke ordening - lintbebouwing van alleenstaande huizen, spuuglelijke verkavelingen en industriegebouwen op een hoopje. Langs een steekkaart van Ugly Belgian Houses. Langs velden die nog getuigen van eeuwenoude perceelafbakeningen - rijen knotwilgen, beekjes en hoekbomen. Langs een middelbare school en de baan die er naartoe leidt. Wandelend eenrichtingsverkeer van zuid naar noord. Allemaal hotsende botsende jeugd met Dakines en Eastpacks (of ben ik al hopeloos achterhaald?). Eén iemand gaat de andere richting op... die moet waarschijnlijk niet op school zijn.

Onder het viaduct van Vilvoorde door, Brussel binnen - ook hier wordt naarstig gebouwd langs de sporen. Een paar brownfields voorbij, stadstuintjes, oude fabriekpanden, koterijen, een loods die belachelijk dicht bij de sporen is gebouwd - één sterke windvlaag en de trein heeft een golfplaat mee.

En tot slot het immer kleurrijke en kronkelende einde van de rit langs de Aarschotstraat. Hier is al veel inkt gevloeid. Waarschijnlijk ook iets anders, maar laten we vooral niet dubbelzinnig gaan doen. Trouwens... iemand die weet waarom "Le 170" zo heet? Iets met cat of sexy, dat verband zie ik nog wel. Maar 170... niet echt het dubbel van 69 lijkt mij. Ook niet het huisnummer...

Het begin van een gemiddelde werkdag...

woensdag 12 maart 2014

7u51 - pilot


Beelden zeggen vaak zoveel meer dan woorden. In één oogopslag aanschouw je een halve wereld, honderden mensen, duizende jaren technologie (om te beginnen bij het wiel) en nog meer emoties.
Maar omdat ik - ondanks in het bezit zijnde van een smartphone met ingebouwde camera die meer van 4 pixels aankan - geen beeld heb, worden het toch woorden.

In een bubbel van om en bij de 1.80 m grootte stap ik dagelijk wijdbeens - want ik stap altijd wijdbeens, soms tot frustratie van ons-"da's-ni-elegant"-moeke - op perron 9 - zou er ook een perron 9 3/4 zijn? - van station Antwerpen-Berchem.
Ik zie de bouwvakkers in geel en blauw naast spoor 10 kruiwagens verrijden, betonblokken verslepen en denk "die mannen hebben geen flauw benul dat ik nog geen uur wakker ben". Maar dat zal hen worst wezen. Zij hebben hun frigobox-ontbijt of -lunch of vieruurtje-equivalent al achter de kiezen.
Achter de mannen zie ik een dame wat onhandig hollen om het groene licht te halen. Haar meer fortuinlijke lotgenoten, want met 5 m voorsprong - of minder fortuinlijk, want het vorige licht gemist - merken het niet en steken op hun gemak over.
Beneden - ah ja, want ik sta boven, hoog en droog (omdat het niet regent) - staan auto's in alle mogelijk windrichtingen aan te schuiven aan het kruispunt. En dan te bedenken dat dit maar een fractie is van het Vlaamse wagenbestand.
Achter het stuur - ik heb er het raden naar - knorrige 50'ers, suffende kerels die mentaal nog op hun kopkussen liggen te ronken, en hopelijk ook individuen die van de nood een deugd maken - doorgaans de gelukkigen van geest - en luidkeels, wijdmonds en zonder de minste aarzeling met de radio meezingen (of janken).
Ik zou tot de laatste categorie behoren... om te beginnen omdat ik geen knorrige 50'er, noch een ronkende kerel ben.

Ik kijk terug naar het perron en denk, misschien ga ik die indrukken delen, leuke verhaaltjes van maken. Ik neem één van mijn 1000 notitieboekjes en weet meteen wat te doen op de rit naar Brussel.