Elke dag. Elke dag gebeurt het.
Elke dag sinds hun bestaan.
Elke dag tot het einde der tijden.
Het begint rond 15u45. Hun nervositeit start. Een zenuwachtig geschuifel.
Een geagiteerde heen- en terugreis met lege tassen koffie naar de keuken - want proper zijn ze wel.
Er wordt opgeruimd - als in ruim op tijd... dubbele betekenis dat woord.
Er wordt ingepakt - pakweg in 10 minuten. Het kan sneller, maar dat is in strijd met hun overtuigingen.
Er wordt opgestaan. Als gehypnotiseerd start de uittocht. Maar dan in volle bewustzijn.
Er wordt binnensmonds gevloekt. Die tergend trage liften ook. En elke dag laten ze op zich wachten en gaan de deuren tergend traag open en tergend traag weer dicht.
Een opstopping ontstaat aan elke uitgang - behalve die van het gebouw Verderop. Zij die van daar komen, staan aan de uitgang van het gebouw Dichterbij. Tijdwinst is alles. In Verderop start beschreven fenomeen dan ook een kwartier vroeger. Als een soort tijdszone.
De opstopping breidt uit en de nervositeit groeit.
16u nadert. Snelheid en reflexen zijn dan alles. De voorbereidingen zijn getroffen, nu hangt het af van geluk en een schietgebedje.
En van snelheid, zoals ik al zei.
Biologische snelheid... misschien zijn er al tennisellebogen uit ontstaan. En blauwe plekken.
Technologische snelheid... een prikklok is echt wel een superprocessor.
Mechanische snelheid... belangrijke hindernis, zo'n draaideur
En dan is het daar. De verlossing. 16u00.
Als duiven op een stuk brood, als gieren op een kadaver, als mieren in een nest, als de paniekscene uit Chicken Run.
Er wordt geprikt. Met tientallen tegelijk. Volgens de werkafspraken mogen ze naar huis. Om ter eerst.
Het is een soort als geen ander. De Ambtenaar.